Bewust Gezonder doe je Samen met Shiva Tree

Aminozuren & Eiwitten

De bouwstenen van het leven 

Er zou geen mens of dier op aarde rondlopen als er geen aminozuren zouden zijn. Deze  organische verbindingen bezitten zowel een carboxylgroep/carbonzuur (-COOH) als een  aminegroep (-NH2). 

Aminozuren zijn in feite de chemische bouwstenen van het leven. Je hebt er vele tientallen  verschillende soorten van, waarvan er 20 onmisbaar voor je zijn. Die gebruikt je lichaam  namelijk om eiwitten mee te maken. 

Eiwitten worden gevormd door heel veel aminozuren in een serie reacties aan elkaar te  knopen. De enorm lange aminozuurketen die zo ontstaat, windt zich vervolgens op een  specifieke manier in elkaar tot een soort kluwen. 

Veel eiwitten die in je lichaam voorkomen, zijn zogenoemde “enzymen”. Het zijn de  katalysatoren die ervoor zorgen dat de chemische reacties in je lichaam (snel genoeg) kunnen  verlopen. Hun speciale structuur zorgt er namelijk voor dat ze heel specifiek bepaalde stoffen  vast kunnen grijpen en bij elkaar kunnen brengen, zodat die met elkaar kunnen reageren. 


Alles draait om cycli 

Zonder enzymen zou je lichaam al het eten dat je dagelijks naar binnen werkt niet af kunnen breken. En het zou niets kunnen doen met de zuurstof die je inademt. Al die stoffen die je  naar binnenkrijgt, worden namelijk in een hele serie chemische reacties omgezet in zaken waar je echt iets aan hebt. Energie bijvoorbeeld.

Een centrale rol daarbij speelt de zogenoemde citroenzuurcylus. Dit is een cyclische serie  reacties die de laatste stap vormt in het afbraakproces van zowel suikers, vetten als eiwitten. Daarbij ontstaan kooldioxide en water, maar bijvoorbeeld ook de belangrijke energiedrager ATP. 

Cyclische processen (waarbij de beginstof uiteindelijk weer terug wordt gevormd) zijn  trouwens niet alleen in je lichaam, maar in de hele natuur uiterst belangrijk. Anders zouden de  chemische reacties uiteindelijk vanzelf stil komen te vallen. 

Het bekendste voorbeeld is de koolstofcyclus: een plant of boom neemt kooldioxide op uit de  lucht en gebruikt die voor een proces dat we “fotosynthese” noemen. Hierbij komt zuurstof  vrij. Mens en dier gebruiken die zuurstof weer en ademen juist kooldioxide uit. Nou weet je  meteen waarom je maar beter zuinig kunt zijn op het groen om je heen. 


Eiwitten 

Eiwitten zijn opgebouwd uit de elementen koolstof (C), waterstof (H), zuurstof (O) en stikstof  (N). In het lichaam is eiwit van groot belang, het wordt gebruikt als bouwstof (spieren,  organen, veren) en als energiebron. Verder is eiwit belangrijk voor een groot aantal regulerende mechanismen zoals de vorming van onder andere enzymen, hormonen en anti stoffen. Afhankelijk van hun chemische eigenschappen kunnen eiwitten als volgt worden ingedeeld: 

  • Globulaire eiwitten (albuminen, globulinen, glutelinen, prolaminen, histonen en  protaminen);  
  • Vezeleiwitten (collageen, elastine, keratine);  
  • Samengestelde eiwitten (nucleproteïnen, mucoproteïnen, glucoproteïnen,  lipoproteïnen, chromoproteïnen).  


Aminozuren  

Aminozuren vormen de bouwstenen van de eiwitten. Aminozuren bestaan uit een  koolstofketen waaraan minstens een aminogroep en een carboxylgroep is gebonden (zie  figuur 1). In de natuur komen iets meer dan 20 eiwitvormende aminozuren voor.  

Figuur 1: Aminozuur.

Bij de eiwitvertering worden de eiwitten in maag en dunne darm afgebroken tot aminozuren.  Deze aminozuren kunnen de darmwand passeren en komen in het bloed van het dier terecht.  Het dier krijgt daardoor de beschikking over een mengsel van aminozuren en kan uit deze  aminozuurpool (voorraad) putten om eiwitten te synthetiseren die op dat moment nodig zijn  voor het dier. De functie van eiwit in de voeding is dus het dier voorzien van voldoende  aminozuren voor vorming van lichaamseigen eiwit.  

Essentiële en niet-essentiële aminozuren  

Een aantal aminozuren kan niet door het lichaam worden opgebouwd en worden essentiële  aminozuren genoemd. Deze essentiële aminozuren moeten via het voer worden aangeboden.  Daarnaast zijn er enkele aminozuren, de zogenaamde voorwaardelijk essentiële aminozuren,  die onder bepaalde omstandigheden (bij een tekort aan een specifiek ander aminozuur)  belangrijk zijn. De overige aminozuren worden de niet-essentiële aminozuren genoemd, deze  kunnen wel door het lichaam zelf opgebouwd worden uit andere aminozuren. In tabel 1 is een  overzicht gegeven van de essentiële en voorwaardelijk essentiële aminozuren en hun  afkortingen. 

Tabel 1: Essentiële, voorwaardelijk- en niet essentiële aminozuren en hun afkortingen. 

Essentieel 

Afk. 

Voorwaardelijk  essentieel

Afk. 

Niet essentieel 

Afk.

Arginine 

Arg 

   

Alanine 

Ala

Histidine 

His 

   

Asparg. zuur 

Asp

Isoleucine 

Ile 

   

Citrulline 

Cit

Leucine 

Leu 

   

Glut.zuur 

Glu

Lysine 

Lys 

   

Glycine 

Gly

Methionine 

Met 

Cystine 

Cys 

Hydroxyproline 

OHPro

Phenylalanine 

Phe 

Tyrosine 

Tyr 

Proline 

Pro

Theronine 

Thr 

   

Serine 

Ser

Tryptophan 

Try

       

Valine 

Val

       

Functie van aminozuren 

In het dier heeft eiwit de volgende functies: 

Katalytische functie in enzymen 

Steun en beschermingsfunctie in beenderen, bindweefsel, spierweefsel, huid,  haren, veren etc. 

Regulerende functie in hormonen, doorlaatbaarheid celmembranen etc. Afweerfuncties in antistoffen 

Vorming en voeding van het nageslacht (o.a. melk-eiwit en ei-eiwit) 

Levering van energie; hoewel eiwit niet in de eerste plaats gevoerd wordt als  energiebron, wordt toch een groter of kleiner deel, na desaminering, als zodanig  bestemd. Het deel dat als energiebron wordt bestemd is vooral afhankelijk van:

De hoeveelheid eiwit gevoerd in verhouding tot de behoefte aan eiwit; de eiwit kwaliteit van het betreffende voeder-eiwit

De gevoerde energie in verhouding tot de energiebehoefte. Wanneer een dier te  weinig energie gevoerd krijgt zal eiwit als energiebron gebruikt worden.

Het voedsel van carnivoren (vleeseters) bevat van nature weinig koolhydraten.  Deze dieren zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van eiwitten als energiebron. Het gevolg hiervan is dat er veel eiwit wordt gebruikt voor de energievoorziening, ook wanneer het eiwitaanbod laag is.